Mijn probleem met Rapley

Ik heb een probleem met het Rapley-gebeuren. “Oei? Geef je daar geen infosessies over?” zie ik je denken. Laat het mij even uitleggen.

Op zich heb ik geen probleem met de methode zelf, waarbij je stukjes aanbiedt aan je baby vanaf 6 maanden. Ik heb mijn twee kinderen op deze manier vaste voeding laten eten. Maar ik maak me wel zorgen om de ontwikkelingen die ik er rond zie gebeuren.

Ik zie het Rapley vs papjes discours polariseren naar een “wij” vs “zij” discussie, wat mama’s kan opzadelen met onzekerheid en schuldgevoelens. En we hebben al genoeg schuldgevoelens als moeder, nietwaar? Ik zie dat moeders elkaar strengere regels gaan opleggen dan Gill Rapley zelf beschreven heeft in haar boek. Moeders voelen zich “niet goed genoeg” omdat ze de methode niet tot in de puntjes volgen.

En ik vrees dat op die manier de kern van de hele Rapley-methode verloren gaat. Rapley gaat in essentie niet om stukjes eten. Het gaat om de regie terug aan je baby geven, dat is de kern. Die regie terug geven is een thema dat je op veel vlakken ziet terug keren: bij de bevalling, bij borstvoeding geven, … En dat is geen toeval.

Heel wat voordelen van de Rapley-methode (waaronder een beter gevoel van verzadiging, en minder selectief eten op latere leeftijd) komen juist voort uit die zelfcontrole: Baby kiest zelf óf en hoeveel hij eet (jij kiest wat, waar, wanneer). Is de enige “goede” manier dan om de lepel strikt achter slot en grendel op te sluiten? Is dat de enige manier waarop we ons kunnen bedwingen om de controle van onze baby over te nemen? Laten we ons niet verliezen in de details**, met het risico dat de kern van de boodschap verloren gaat. Want je kan je baby perfect volgens de Rapley-methode stukjes leren eten, maar als je vervolgens bij je 3-jarige het aantal hapjes zit te tellen, en dreigt met zijn dessert te ontzeggen als het bord niet leeg is, is er toch iets mis gelopen met die regie.

Mijn pleidooi: Relax, volg je moedergevoel, geloof in jezelf én in je baby (!!). En laat je ondersteunen door goede en eerlijke informatie over het voeden van een baby, over normaal babygedrag en de natuurlijke behoeftes van een baby.

Ga je combineren met papjes omdat het nu eenmaal niet anders kan in de opvang? Dat is helemaal OK.

Past de Rapley-methode niet bij jou omdat je veel te bang bent voor die stukjes*? Dat is ook OK, want ook met papjes kan je je baby’s tempo volgen.

 

#babysetenzelf

* Uit onderzoek blijkt dat Rapley-baby’s zich niet méér verslikken in stukjes dan baby’s die eerst papjes krijgen. Dus rationeel is die angst ongegrond, maar als jij je er echt te onzeker bij voelt, is dit geen goede methode voor jullie.

** Uiteraard moet je wel goed de veiligheidsmaatregelen kennen als je je baby stukjes geeft, maar die gelden ook bij peuters: Altijd mooi rechtop zitten, in de buurt blijven als ouder, geen gevaarlijke voedingsmiddelen geven (nootjes, hele kerstomaten,…)

Rapley-kindjes minder kieskeurig, maar geen effect op gewicht?

Ha, de wetenschappelijke wereld begint Rapley (baby’s stukjes laten eten in plaats van papjes te geven) ook op te pikken! Er wordt veel geschreven over Rapley op mama-groepen, maar weet jij soms nog wat je moet geloven? Verkleint het echt de kans op overgewicht later? Krijg je gemakkelijkere etertjes? Wat met hun ijzerbalans? En is dat niet gevaarlijk, zo stukjes aan een baby geven?

In dit Nieuw-Zeelandse onderzoek werden 206 vrouwen opgevolgd. Eén deel werd begeleid door een lactatiekundige om lang borstvoeding te stimuleren, in combinatie met stukjes geven. Het andere deel kreeg de standaardcontroles. Op 12 en 24 maanden werd er gekeken naar de BMI en vulden de moeders een enquête in over kieskeurigheid tijdens het eten, energie-inname enzovoort.

Wat blijkt uit dit onderzoek? Er werd geen verschil gevonden in BMI tussen de twee groepen. Dus op basis van deze studie kan je niet zeggen dat de Rapley-methode overgewicht voorkomt. Maar tegelijkertijd wil het ook zeggen dat deze Rapley-kindjes niks tekort kwamen! Als het gaat over stukjes versus papjes, is de vraag dikwijls of baby’s wel genoeg ijzer binnen krijgen. Maar ook op dat vlak was er geen verschil! Uit de enquêtes bleek verder dat de baby’s uit de Rapley-groep minder kieskeurig waren dan de baby’s die papjes hadden gekregen. Zij leken meer plezier te beleven in hun eten. En niet onbelangrijk: Er is geen enkel gevaarlijk geval van verslikking geweest. Uit eerder onderzoek in 2016 was al gebleken dat de Rapley-aanpak even veilig is als de traditionele aanpak, dus deze uitkomst verbaast mij niet. Maar het is wel fijn om nog eens te benadrukken.

Zegt deze studie nu alles over Rapley? Nee, natuurlijk niet. Het is een relatief kleine studie met een goede 100 personen per groep. Er zijn ook nog maar gegevens tot 2 jaar. Het is interessant om te weten hoe deze kinderen verder gaan evolueren. Blijft het zo dat er geen verschil is in BMI? Gaan de Rapley-kindjes minder kieskeurige etertjes blijven? Ik ben alvast benieuwd naar het vervolg van dit verhaal!

 

Voor wie graag het artikel zelf wil lezen: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/28692728

Help, mijn peuter lust plots niet meer! Praktische tips (deel 2)

In het vorige deel heb ik de theorie rond selectief eetgedrag toegelicht. De tips hieronder gelden bij “normaal” selectief eetgedrag, maar zijn ook zeker een eerste stap in de goede richting bij problematisch selectieve eters.

Goed begonnen is half gewonnen

Laat je baby kennis maken met zoveel mogelijk smaken en texturen.IMG_1242 Dan ben je al goed gewapend tegen de periode van kieskeurigheid, die sowieso zal komen.

Tussen de 4 en 8 maanden zijn baby’s het meest gevoelig voor nieuwe smaken. Dit betekent echter niet dat je om die reden op 4 maanden moet starten met vaste voeding. Ook via moedermelk leert je baby al een heel gamma aan smaken kennen. Voor de smaakontwikkeling is het interessant om je baby ook aparte smaken te laten proeven, ofwel in papjes met slechts één soort fruit of groente, ofwel in stukjes.
Tussen 7 en 10 maanden zijn baby’s het meest gevoelig aan het ontdekken van verschillende texturen. Op dat vlak is het aanbieden van stukjes (Rapley-methode) heel interessant. Zo leert een baby al snel dat een banaan anders aanvoelt in de mond (en aan de vingers, wangen en haar 🙂 ) dan een kiwi of broccoli. Als je papjes aanbiedt, is het heel belangrijk om niet te lang te blijven hangen in de heel glad gemixte papjes, en op tijd ook stukjes te gaan aanbieden. Dit gebeurt best vóór 12 maanden: daarna wordt kauwen minder een automatisme en zal het voor je baby veel moeilijker zijn om stukjes te leren eten.

Maak eten weer leuk

Maar wat als de fase van selectiviteit al is aangebroken? Onderstaande tips zijn vooral afgestemd op kinderen vanaf 1,5 jaar.

Zorg voor een ontspannen sfeer, zonder stress of angst. Alleen zo zal een kind geprikkeld zijn om te experimenteren met eten. Volgende tips dragen bij aan een ontspannen sfeer:

  •  Heb realistische verwachtingen: Het kan zijn dat je kind eens minder honger heeft omdat het bijvoorbeeld moe is van een dag school, of weinig bewogen heeft die dag. Maar het is ook normaal dat kinderen minder eten naarmate ze minder snel gaan groeien.
  • Geef zelf het goede voorbeeld: Eet met smaak, en probeer zelf ontspannen te zijn. Dat laatste kan heel erg moeilijk zijn wanneer je bezorgd bent om het eetgedrag van je kind, maar is wel heel belangrijk. Zeker een gevoelig kind pikt jouw spanning heel snel op.
  • Eet samen aan tafel met het gezin in een ontspannen sfeer. Zware gespreksonderwerpen en opmerkingen over het eten, laat je best links liggen.
  • Zit je kind comfortabel? Hebben de stoel en tafel de juiste hoogte?
  • Is het eten goed van temperatuur, niet te warm of te koud?
  • Voelt je kind zich goed? Is het ziek of oververmoeid?
  • Zijn er niet te veel achtergrondprikkels? Bvb een TV die aanstaat, of is er ander lawaai of afleiding in de buurt? Voor het ene kind is dit al meer storend dan voor het ander.
  • Laat je kind experimenteren met eten: Laat het voelen met de vingers, kliederen, ruiken,… Voeding leren kennen is zoveel meer dan het enkel in de mond steken. Soms is het al een hele overwinning dat een bepaald voedingsmiddel op het bord mag liggen.
  • Neem je kind nooit beet! Het kan verleidelijk lijken om een brokje bloemkool te verstoppen in een hoopje eten, maar de kans is groot dat je kind het toch gaat ontdekken en zijn vertrouwen geschaad wordt.
  • Leg minstens één iets op het bord dat je kind wel lust. Zo blijft eten een leuk moment.
  • Betrek je kind bij het boodschappen doen en eten maken. Een peuter kan nog geen aardappel schillen, maar kan ze bvb wel mee helpen wassen.
  • Eten is geen beloning. Beloof dus zeker geen lekker dessertje als je kind flink gegeten heeft. Dat zal de druk en spanning rond eten alleen maar doen toenemen omdat je kind het gevoel krijgt te moeten “presteren”.

IMG_1241Laat je kind zelf honger en verzadiging aanvoelen.

  • Eet op regelmatige tijdstippen, met een aantal uur tussen de verschillende maaltijden. Op die manier kan je kind beter aanvoelen wanneer het honger heeft.
  • Let op met zoete dranken (zoals fruitsap) of grote hoeveelheden melk tussen de maaltijden door. Deze vullen het maagje, waardoor je kind geen honger meer zal hebben wanneer het tijd is om te eten.
  • Leg kleine porties op het bord: Je kind is op die manier niet overweldigd door een berg eten. Je kind mag altijd nog bijvragen, maar jij bepaalt de maximale hoeveelheden van een bepaald voedingsmiddel. Er kan bijvoorbeeld niet onbeperkt enkel vlees worden bij gevraagd.
  • Het bordje moet niet leeg! We hebben allemaal als kind geleerd dat een bord leeg moet, maar dat is niet zo! Leer je kind vertrouwen op zijn eigen verzadigingsgevoel.
  • Geen afleiding tijdens het eten (TV, speelgoed, boekjes,…). Op die manier heeft je kind meer aandacht voor zijn eigen gevoel van honger en verzadiging.

Uitbreiden van assortiment

Wanneer je voorgaande tips toepast, is de kans groot dat je kind vanzelf nieuwsgierig wordt naar allerlei voedingsmiddelen. Maar verwacht geen grote stappen in één keer!
Maak je je toch nog zorgen? Dan is het zinvol om hulp te zoeken. Een kinderdiëtist kan je helpen kijken naar de volwaardigheid van de voeding, aangepaste tips geven en je als ouder ondersteunen. Maar je kan ook contact opnemen met een arts, logopedist (bij vermoeden van mondmotorische problemen), of een opvoedingsondersteuner.