Help, mijn kind met allergieën eet zo moeilijk!

Zorgvuldig plan je een evenwichtige maaltijd, rekening houdend met de allergieën van je kindje. Je zet het eten op tafel en wat gebeurt er? “Ik lust dat niet!”. Of het wordt vakkundig tegen de grond gewerkt. Daar sta je dan als ouder, superfrustrerend! Hoe komt dat toch? En wat kan je eraan doen?

Moeilijk eten is een normale fase… En gaat vaak ook weer voorbij

Het is heel normaal dat peuters vanaf ongeveer 1,5 jaar selectiever gaan worden in wat ze willen eten, ook als ze geen allergieën hebben. Het is de fase waarin ze hun eigen willetje en voorkeuren gaan ontwikkelen. Ze willen zelf de wereld gaan ontdekken, maar tegelijkertijd zijn ze nog heel klein. De natuur heeft eigenlijk heel slim gezien dat zo’n klein peutertje maar beter wat selectief is in wat het in zijn mond steekt. Weg van mama, kunnen er allerlei giftige planten op de loer liggen, die je maar beter links laat liggen. Net daarom willen ze enkel dingen eten die vertrouwd zijn. Het is een soort van ingebouwd veiligheidssysteem.

In onze tijden moeten we misschien wat minder bang zijn voor giftige planten, en kan deze afkeer voor onbekende dingen tot veel frustratie leiden. “Onbekend” is voor een peuter veel ruimer dan voor ons, volwassenen. Vaak leerde je kind het geweigerde voedingsmiddel al kennen als baby, maar toch wil hij het plots niet meer eten. Dat heeft te maken met de mentale ontwikkeling van je peuter: Hij heeft namelijk een heel strak beeld van hoe een bepaald voedingsmiddel er uit ziet, smaakt of ruikt. Voor een peuter kan het bijvoorbeeld voldoende zijn dat een banaan een tint geler is, of een beetje meer bruine plekken heeft, om het te zien als een volledig nieuw voedingsmiddel.

Je peuter moet een “nieuw” voedingsmiddel wel 10 tot 15 keer proeven, voor hij het gaat lusten. Pas dan gaat hun brein geloven dat het veilig is, en dat ze er niet ziek van zullen worden. Wordt je peuter toevallig toch ziek na het eten van een bepaald voedingsmiddel (een buikgriepje bijvoorbeeld), kan je dat product maar beter een tijdje niet meer aanbieden om die link te doorbreken. Groenten spannen meestal de kroon als het over weigeren van voedsel gaat. Dat heeft te maken met de smaak die vaak wat bitter of zurig is, en geassocieerd wordt met giftig of bedorven eten.

Deze afkeer voor nieuwe voedingsmiddelen is dus een heel normaal fenomeen, dat zijn hoogtepunt kent tussen 1,5 tot 2 jaar, maar hoog blijft tot de leeftijd van ongeveer 6 jaar. Nadien neemt het stilletjes aan af, tot het verdwijnt rond 12 jaar.

Het doel is niet om zoveel mogelijk groenten te eten

Als je denkt aan een kind dat goed eet, zie je vaak een beeld voor je van een kind dat met de glimlach een bord vol groenten binnen lepelt. De droom van iedere ouder! Maar is dat het ultieme doel? Neen. Het doel is dat een kind graag eet. Net zoals het belangrijkste in de kleuterschool niet is dat een kind zoveel mogelijk leert, maar dat het graag naar school gaat. Dat is de basis voor de jaren die komen.

Een kind dat graag eet, gaat ook meer geneigd zijn om nieuwe dingen te proberen. Het voelt rust en vertrouwen. Als ouder gaat het er om dat je vertrouwt dat je kind echt wel die groenten (of fruit of…) zal gaan eten. Van nature hebben kinderen een drive om gezond en gevarieerd te eten, naargelang wat hun lichaam nodig heeft op dat moment (Lees er hier meer over). Veel mensen geloven dat niet, en denken dat kinderen het liefst van al elke dag friet met kippennuggets eten, of spaghetti bolognaise (getuige de kindermenu’s in restaurants). Maar dat klopt niet helemaal.

De valkuilen bij een allergisch kind

Uit een aantal onderzoeken blijkt dat kinderen met een voedselallergie moeilijker eten dan kinderen zonder allergie. Ook als ze later uit hun allergie zijn gegroeid, zijn het toch vaak nog moeilijkere eters.

Wat maakt nu dat een kind met een voedselallergie moeilijker eet dan een ander kind?

  1. Een negatieve ervaring met eten. Hoe jong ze ook zijn, kinderen kunnen wel de link leggen tussen iets eten en bijvoorbeeld buikpijn krijgen. Zo zie je ook vaak dat kinderen zelf aanvoelen dat ze een bepaald voedingsmiddel niet verdragen, en dat consistent gaan weigeren. Kinderen die zich vaak fysiek slecht hebben gevoeld na de maaltijd, verliezen hun enthousiasme om te eten.
  2. Angst voor een allergische reactie door de ouders. Het is heel menselijk dat je als ouder wat gespannen bent aan tafel als je kind een voedselallergie heeft, en al helemaal als het iets nieuws probeert. Gaat er een allergische reactie komen of niet? Maar kinderen hebben uitstekende voelsprieten, en pikken die angst over eten ook op.
  3. Bezorgdheid om groei en voldoende voedingsstoffen. Als je kind een allergie heeft, vallen er één of meerdere voedingsmiddelen weg. Die moeten dan vervangen worden door andere etenswaren, en als ouder vind je het dan ook heel belangrijk dat die worden opgegeten. Een heel begrijpelijk bezorgdheid, maar ook die spanning en druk voelen kinderen perfect aan.

Wat kan je dan doen?

Er zijn eigenlijk twee basisingrediënten voor een goede eter: Een ontspannen sfeer aan tafel, en de gelegenheid krijgen om verschillende dingen te kunnen proeven.

Niet iedere maaltijd hoeft perfect te zijn.

Dit is echt een hele belangrijke. Een voedingspatroon is liefst over enkele dagen, of over een week gezien, in balans. Maar dat hoeft niet bij iedere maaltijd zo te zijn. Wil je kind vandaag geen vlees eten? Prima. De volgende dag geen zin in groenten? Ook prima. Eet het maar één hapje vanavond? Geen probleem. Ik begrijp héél héél goed dat dit veel gemakkelijker gezegd dan gedaan is (ik ben zelf ook moeder 😉 ). Maar dit is echt de basis: Vertrouw dat je kind zich niet gaat uithongeren, vertrouw dat je kind echt wel nieuwe dingen gaat willen proberen.

Leg zeker geen druk op je kind, want dat gaat net averechts werken. Als je je kind verplicht om X aantal hapjes te eten, of zeker de groenten op te eten, gaan ze het niet meer willen. Je gaat meer resultaat boeken als je het los laat en vertrouwen uitstraalt. Ik hoop dat het wat ademruimte geeft, als je weet dat niet elke maaltijd perfect volgens de voedingsdriehoek gemaakt én opgegeten hoeft te zijn.

Eet samen als gezin en maak er een leuk moment van.

Praat over je dag, over leuke onderwerpen, maar niet over het eten. Tel geen hapjes, benadruk niet hoe on-ge-loof-lijk lekker die broccoli is. Kinderen doorzien dat nogal gemakkelijk 😉 In een ontspannen sfeer zijn kinderen meer geneigd om iets nieuws te proberen. Wees zelf ook een rolmodel. Als jij geen groenten eet, of met tegenzin, kan je niet verwachten dat je kind dat wel doet.

Zorg ook dat eten op tafel zoveel mogelijk ook voor je kind veilig is. Dan voelt het zich niet anders dan de anderen, kan het dezelfde keuzes maken en is er minder stress dat het iets verkeerd zal eten.

Geef je kind (veilige) keuzes.

Kinderen hebben graag ook de touwtjes in handen. Ze willen zelf kunnen kiezen. Zeker bij een allergie gaan ouders vaak beslissingen maken in de plaats van hun kind omdat er ook minder opties zijn. Maar kinderen zijn meer geneigd om iets te eten als ze zelf hebben mogen kiezen. Dat hoeven geen honderd opties te zijn, want dat is dan weer overweldigend. Maar gewoon 2 of 3 opties. “Wil je aardbeien of bosbessen?”

Geef je kind de kans om nieuwe dingen te proeven.

Het is een logische, maar gevaarlijke valkuil: Je kind mag een aantal voedingsmiddelen niet eten, en je wil dat het goed eet om goed te groeien. Dus als je dan een allergievriendelijke maaltijd hebt die gemakkelijk wordt gegeten, bied je dat heel vaak aan. Dan weet je zeker dat dat toch binnen is. Maar door steeds hetzelfde aan te bieden, krijgt je kind ook niet de kans om nieuwe dingen te proberen. Vertrouw dat je kind echt wel nieuwe dingen wil proberen, als het maar de kans krijgt.

Heel concreet raad ik altijd aan om steeds één iets op het bord te leggen waarvan je weet dat je kind het lust (dan is eten leuk), maar ook regelmatig iets nieuws. Een kind moet 10-15 keer iets proeven voor hij het lust. Maar ook het kijken naar, het ruiken, het voelen aan, zijn belangrijke stappen om iets nieuws te willen proberen. Het is niet “mislukt” als een nieuw voedingsmiddel niet helemaal is opgegeten. Gewoon het feit dat het op het bord mag liggen, is al een stap. De rest volgt wel.

Probeer vanaf babyleeftijd al zoveel mogelijk verschillende smaken, texturen en kleuren op tafel te zetten. Dan heb je een brede basis om van te vertrekken wanneer je peuter kieskeuriger wordt.

Beperk niet meer dan nodig

Deze valkuil hangt een beetje samen met de vorige: Als je kind op één voedingsmiddel allergisch reageert, is er een zekere angst dat het ook op andere voedingsmiddelen zal reageren. Er wordt dan bijvoorbeeld beslist om voor de zekerheid hele plantenfamilies te mijden uit het dieet uit schrik voor een kruisallergie. Ik begrijp die angst wel, want niemand wil dat zijn kind pijn heeft of allergisch gaat reageren. Maar het is echt belangrijk dat het voedingspatroon zo breed mogelijk wordt gemaakt. Preventief allergenen schrappen, vergroot ook de kans op een allergie (Ik schreef er al een paar keer over, onder andere hier). Ben je heel erg angstig dat je kind een zware allergische reactie zal doen? Bespreek dit dan met je arts.

Geef een positieve draai aan eten

Een voedselallergie kan een hele negatieve of beladen sfeer rond eten creëren. Zeker bij deze kinderen is het belangrijk om er een positieve draai aan te geven. Dat begint met een ontspannen maaltijd samen met de rest van het gezin, maar je kan ook andere dingen doen. Ga samen met je kind naar de winkel. Je peuter kan al wat dingetjes in de winkelkar leggen, of je kleuter kan je groenten en fruit van alle kleuren van de regenboog laten zoeken. Of kweek samen groenten en fruit in de tuin, als je die hebt. Kinderen helpen ook graag in de keuken: De kleinsten kan je later helpen met de groenten wassen. Kleuters kunnen al helpen met snijden. Voor je het weet, verdwijnt er misschien een stukje in de mond tijdens het koken!

Het zit ook (deels) in de genen…

Ik weet het, het klinkt allemaal wel gemakkelijk in deze puntjes. “Als je deze stapjes maar volgt, gaat je kind zeker alles eten!” Dat kan ik natuurlijk ook weer niet garanderen. Of je kind moeilijk eet of niet, heeft namelijk ook voor een stuk met genen te maken. Uit onderzoek blijkt dat 50% van het “moeilijk-eten-gedrag” door genen bepaald wordt. Dat gaat dan over verschillen in persoonlijkheid, hoe gevoelig iemand is aan texturen en smaken, hoe open iemand is om nieuwe dingen te proberen. Dat heb je niet helemaal zelf in de hand.

Maar de overige 50% kan je dus wel beïnvloeden door hoe je ermee om gaat met gezin. Met een kind met een voedselallergie is het wat moeilijker, maar zeker niet onmogelijk!

Merk je dat je toch veel angsten hebt om nieuwe voedingsmiddelen te introduceren, en dat de eetlust van je kind daar onder lijdt? Je bent altijd welkom om een afspraak te maken. Dan bekijk ik samen met jou hoe we, ondanks de allergie, het voedingspatroon van je kind kunnen uitbreiden zodat er weer meer ontspanning aan tafel kan ontstaan.

Alles weten over koemelkallergie bij baby’s en peuters? Bestel hier je boek ‘Blij koemelkvrij’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: