Waarom 75% van de mensen met een koemelkallergie toch een koekje mag eten

Ik begrijp het wel: Als je net ontdekt dat je baby een koemelkallergie heeft, ga je op zoek naar mensen die in hetzelfde schuitje zitten. Je hebt zoveel vragen. Wat mag je nu wel of niet eten als je borstvoeding geeft? En wat mag je baby eten als hij wat groter is? Je wil natuurlijk niet het warm water opnieuw uitvinden als er al zoveel anderen door dezelfde zoektocht zijn gegaan. Je vraagt of product X goed ging bij je vriendin haar kindje, dan weet je of je het ook zelf kan proberen. Maar de ene koemelkallergie is de andere niet…

“Koemelkallergie” is eigenlijk een verzamelnaam. Het wil zeggen dat je allergisch reageert op een voedingsmiddel, namelijk koemelk. Dat er in koemelk zowel koolhydraten, vetten als eiwitten zitten, en dat je bij een allergie heftig reageert op het eiwittendeel, wist je misschien ook al. Dat is ook het verschil met een lactose-intolerantie: Bij een lactose-intolerantie kan je lichaam een deel van de koolhydraten (lactose = melksuiker) niet goed verdragen. Dat is dus heel wat anders dan een koemelkallergie, waar het om de eiwitten gaat.

Maar “het koemelkeiwit” bestaat niet. In koemelk zitten namelijk heel veel verschillende eiwitten. Baby Amélie reageert op eiwit A, baby Bas op eiwit B. Allebei verdragen ze geen koemelk (en hebben ze dus koemelkallergie), maar de gevolgen van wat ze kunnen eten zijn verschillend.

De meeste mensen die allergisch zijn aan koemelk reageren op caseïne of op een bepaald type wei-eiwit (β-lactoglobuline). Heel wat mensen reageren op verschillende eiwitten tegelijk, heel zwart-wit is het dus niet. Maakt het nu uit op welk eiwit je precies reageert? Ja, en wel om twee redenen: Ten eerste verschillen melkproducten (volle melk, kaas, yoghurt) in hun eiwitsamenstelling. Harde kaas bestaat bvb vooral uit caseïne, ricotta is vooral wei. Maar de tweede reden is zeker zo belangrijk: Sommige eiwitten zijn veel stabieler dan andere. Wei-eiwitten vallen veel gemakkelijker uit elkaar dan caseïne. Als melk verhit wordt (bvb om een koekje te bakken), of verwerkt wordt door bacteriën en enzymes (bvb in kaas en yoghurt) is er nog heel weinig intact wei-eiwit over dat je lichaam herkent. Als je dus enkel aan labiele eiwitten, zoals wei, allergisch bent, kan je misschien geen pure melk met intacte eiwitten drinken, maar verhitte of verwerkte melkproducten lukken wel. Ben je allergisch aan caseïne, een eiwit dat bijna niet kapot te krijgen is, dan moet je echt strikt op dieet om allergische reacties te vermijden. Het zal dan hoogst waarschijnlijk ook langer duren voor je uit je allergie bent gegroeid.

Kan je weten op welk eiwitdeel je reageert? Daar bestaan wel bloedtesten voor (enkel relevant bij een snelle allergie), maar deze testen gebeuren enkel in gespecialiseerde centra. Als er geen ernstige allergische reacties zijn (zoals opzwellen, in shock gaan) kan je het zelf eens proberen. Twijfel je of het een goed idee is om zelf thuis te testen? Vraag dan zeker advies bij je arts. Als je borstvoeding geeft aan een baby met koemelkallergie kan je eens proberen om een koekje te eten (of je kindje zelf als hij al wat groter is). 75% van de kinderen onder 2 jaar met koemelkallergie verdraagt namelijk wel verhitte melk. Als dat goed gaat, kan je ook eens oude kaas of yoghurt proberen. Bij 2/3de van de mensen met een vertraagde koemelkallergie gaat dit namelijk wel goed. Dat is toch niet niks! Het maakt je leven heel wat gemakkelijker als je niet elke verpakking binnenste buiten moet keren en enkel de grote melkbronnen moet mijden. Bovendien zijn er meer en meer bewijzen dat je sneller uit je koemelkallergie groeit als je wel verwerkte koemelkproducten blijft eten als je ze kan verdragen. Win-win!

Kijk dus naar jezelf en naar je eigen kind om te weten wat goed gaat en wat niet. Wat bij je buurvrouw kan, kan misschien niet bij jou, of andersom. De ene koemelkallergie is de andere niet.


Ik krijg de laatste tijd regelmatig de reactie “Allemaal goed en wel, maar wat zijn je bronnen?” Elke blog die ik schrijf is gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten. Ik post de links naar de meest relevante artikelen onderaan voor degenen die graag meer lezen.

Tolerance to baked and fermented cow’s milk in children with IgE-mediated and non-IgE-mediated cow’s milk allergy in patients under two years of age. (2017)

Matrix effect on baked milk tolerance in children with IgE cow milk allergy (2016)

Dietary baked milk accelerates the resolution of cow’s milk allergy in children (2011)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: