Reflux, krampen, allergie,… Of is er iets anders aan de hand?

Ik las een bijzonder interessante tekst via de Facebookpagina van Milk Matters. Ik vind het zo belangrijk om dit te delen, dat ik het even voor jullie vertaald heb naar het Nederlands. Dat leest toch net iets makkelijker he 

“Laten we het eens hebben over aerofagie, oftewel lucht happen. Dit worden zelden opgemerkt bij baby’s, maar wordt vaak gediagnosticeerd als “reflux”.

Mogelijke symptomen zijn:
• Reflux
• Opgeblazen buikje
• Hikken
• Extreme winderigheid
• Ongemak of milde pijn in het buikje (knietjes op trekken of overstrekken)
• Luide of meer actieve darmen (explosieve of luide stoelgang)

De belangrijkste redenen waarom baby’s lucht happen zijn de voedingen, en huilen. Niet alle baby’s vertonen dezelfde klachten, wat het nog wat ingewikkelder maakt. Maar als ouder kan je letten op volgende zaken:
• Klikken of slurpen aan de borst of fles. Soms kan je luchtbellen zien terugkeren in het speentje.
• Problemen met aanhappen aan de borst, of speenverwarring.
• Duidelijk geen gesloten aanhap, luchtbellen of melk lekken langs de mondhoek.
• Luid slikken, snel drinken of juist extreem traag en lang drinken door een slecht vacuüm.
• Borstgevoede baby’s kunnen beiden doen: Extreem snel drinken in het begin en dan vertragen, wat leidt tot ofwel frequente ofwel hele lange voedingen.
(Noot van Rolinde: Het is normaal dat jonge baby’s vaak om voedingen vragen, 10-12x/dag is niet abnormaal en geen reden om je zorgen te maken. Ook “clusteren” (hele lange voedingen) is normaal babygedrag, vaak in de vooravond).
• Overstrekken en onrust tijdens voedingen, lijkt te vechten met de fles of borst.

Baby’s kunnen sommige of alle symptomen hebben. De oorzaak van luchthappen kan verteringsproblemen verminderen of zelfs volledig oplossen. Dit zorgt er voor dat er geen onnodige medicatie moet gebruikt worden.”

Als er een mama (of papa) op consultatie komt met een baby met darm- en/of refluxklachten, stel ik eerst gerichte vragen om te horen of er geen luchthappen in het spel is. Het zou jammer zijn om te beginnen experimenteren met allerlei diëten (of medicatie, maar daar beslis ik niet over), wanneer een allergie niet noodzakelijk de oorzaak is. Het volledige plaatje is zo belangrijk!

Vraag jij je wel eens af of er luchthappen in het spel kan zijn bij je baby? Bovenstaande tips zijn zeker nuttig om zelf al eens te bekijken. Je vroedvrouw en/of lactatiekundige zijn hier ook in gespecialiseerd. En uiteraard denk ik ook graag met je mee! Klik op hier om een afspraak te maken.

Rapley-kindjes minder kieskeurig, maar geen effect op gewicht?

Ha, de wetenschappelijke wereld begint Rapley (baby’s stukjes laten eten in plaats van papjes te geven) ook op te pikken! Er wordt veel geschreven over Rapley op mama-groepen, maar weet jij soms nog wat je moet geloven? Verkleint het echt de kans op overgewicht later? Krijg je gemakkelijkere etertjes? Wat met hun ijzerbalans? En is dat niet gevaarlijk, zo stukjes aan een baby geven?

In dit Nieuw-Zeelandse onderzoek werden 206 vrouwen opgevolgd. Eén deel werd begeleid door een lactatiekundige om lang borstvoeding te stimuleren, in combinatie met stukjes geven. Het andere deel kreeg de standaardcontroles. Op 12 en 24 maanden werd er gekeken naar de BMI en vulden de moeders een enquête in over kieskeurigheid tijdens het eten, energie-inname enzovoort.

Wat blijkt uit dit onderzoek? Er werd geen verschil gevonden in BMI tussen de twee groepen. Dus op basis van deze studie kan je niet zeggen dat de Rapley-methode overgewicht voorkomt. Maar tegelijkertijd wil het ook zeggen dat deze Rapley-kindjes niks tekort kwamen! Als het gaat over stukjes versus papjes, is de vraag dikwijls of baby’s wel genoeg ijzer binnen krijgen. Maar ook op dat vlak was er geen verschil! Uit de enquêtes bleek verder dat de baby’s uit de Rapley-groep minder kieskeurig waren dan de baby’s die papjes hadden gekregen. Zij leken meer plezier te beleven in hun eten. En niet onbelangrijk: Er is geen enkel gevaarlijk geval van verslikking geweest. Uit eerder onderzoek in 2016 was al gebleken dat de Rapley-aanpak even veilig is als de traditionele aanpak, dus deze uitkomst verbaast mij niet. Maar het is wel fijn om nog eens te benadrukken.

Zegt deze studie nu alles over Rapley? Nee, natuurlijk niet. Het is een relatief kleine studie met een goede 100 personen per groep. Er zijn ook nog maar gegevens tot 2 jaar. Het is interessant om te weten hoe deze kinderen verder gaan evolueren. Blijft het zo dat er geen verschil is in BMI? Gaan de Rapley-kindjes minder kieskeurige etertjes blijven? Ik ben alvast benieuwd naar het vervolg van dit verhaal!

 

Voor wie graag het artikel zelf wil lezen: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/28692728

Help, mijn peuter lust plots niet meer! Praktische tips (deel 2)

In het vorige deel heb ik de theorie rond selectief eetgedrag toegelicht. De tips hieronder gelden bij “normaal” selectief eetgedrag, maar zijn ook zeker een eerste stap in de goede richting bij problematisch selectieve eters.

Goed begonnen is half gewonnen

Laat je baby kennis maken met zoveel mogelijk smaken en texturen.IMG_1242 Dan ben je al goed gewapend tegen de periode van kieskeurigheid, die sowieso zal komen.

Tussen de 4 en 8 maanden zijn baby’s het meest gevoelig voor nieuwe smaken. Dit betekent echter niet dat je om die reden op 4 maanden moet starten met vaste voeding. Ook via moedermelk leert je baby al een heel gamma aan smaken kennen. Voor de smaakontwikkeling is het interessant om je baby ook aparte smaken te laten proeven, ofwel in papjes met slechts één soort fruit of groente, ofwel in stukjes.
Tussen 7 en 10 maanden zijn baby’s het meest gevoelig aan het ontdekken van verschillende texturen. Op dat vlak is het aanbieden van stukjes (Rapley-methode) heel interessant. Zo leert een baby al snel dat een banaan anders aanvoelt in de mond (en aan de vingers, wangen en haar 🙂 ) dan een kiwi of broccoli. Als je papjes aanbiedt, is het heel belangrijk om niet te lang te blijven hangen in de heel glad gemixte papjes, en op tijd ook stukjes te gaan aanbieden. Dit gebeurt best vóór 12 maanden: daarna wordt kauwen minder een automatisme en zal het voor je baby veel moeilijker zijn om stukjes te leren eten.

Maak eten weer leuk

Maar wat als de fase van selectiviteit al is aangebroken? Onderstaande tips zijn vooral afgestemd op kinderen vanaf 1,5 jaar.

Zorg voor een ontspannen sfeer, zonder stress of angst. Alleen zo zal een kind geprikkeld zijn om te experimenteren met eten. Volgende tips dragen bij aan een ontspannen sfeer:

  •  Heb realistische verwachtingen: Het kan zijn dat je kind eens minder honger heeft omdat het bijvoorbeeld moe is van een dag school, of weinig bewogen heeft die dag. Maar het is ook normaal dat kinderen minder eten naarmate ze minder snel gaan groeien.
  • Geef zelf het goede voorbeeld: Eet met smaak, en probeer zelf ontspannen te zijn. Dat laatste kan heel erg moeilijk zijn wanneer je bezorgd bent om het eetgedrag van je kind, maar is wel heel belangrijk. Zeker een gevoelig kind pikt jouw spanning heel snel op.
  • Eet samen aan tafel met het gezin in een ontspannen sfeer. Zware gespreksonderwerpen en opmerkingen over het eten, laat je best links liggen.
  • Zit je kind comfortabel? Hebben de stoel en tafel de juiste hoogte?
  • Is het eten goed van temperatuur, niet te warm of te koud?
  • Voelt je kind zich goed? Is het ziek of oververmoeid?
  • Zijn er niet te veel achtergrondprikkels? Bvb een TV die aanstaat, of is er ander lawaai of afleiding in de buurt? Voor het ene kind is dit al meer storend dan voor het ander.
  • Laat je kind experimenteren met eten: Laat het voelen met de vingers, kliederen, ruiken,… Voeding leren kennen is zoveel meer dan het enkel in de mond steken. Soms is het al een hele overwinning dat een bepaald voedingsmiddel op het bord mag liggen.
  • Neem je kind nooit beet! Het kan verleidelijk lijken om een brokje bloemkool te verstoppen in een hoopje eten, maar de kans is groot dat je kind het toch gaat ontdekken en zijn vertrouwen geschaad wordt.
  • Leg minstens één iets op het bord dat je kind wel lust. Zo blijft eten een leuk moment.
  • Betrek je kind bij het boodschappen doen en eten maken. Een peuter kan nog geen aardappel schillen, maar kan ze bvb wel mee helpen wassen.
  • Eten is geen beloning. Beloof dus zeker geen lekker dessertje als je kind flink gegeten heeft. Dat zal de druk en spanning rond eten alleen maar doen toenemen omdat je kind het gevoel krijgt te moeten “presteren”.

IMG_1241Laat je kind zelf honger en verzadiging aanvoelen.

  • Eet op regelmatige tijdstippen, met een aantal uur tussen de verschillende maaltijden. Op die manier kan je kind beter aanvoelen wanneer het honger heeft.
  • Let op met zoete dranken (zoals fruitsap) of grote hoeveelheden melk tussen de maaltijden door. Deze vullen het maagje, waardoor je kind geen honger meer zal hebben wanneer het tijd is om te eten.
  • Leg kleine porties op het bord: Je kind is op die manier niet overweldigd door een berg eten. Je kind mag altijd nog bijvragen, maar jij bepaalt de maximale hoeveelheden van een bepaald voedingsmiddel. Er kan bijvoorbeeld niet onbeperkt enkel vlees worden bij gevraagd.
  • Het bordje moet niet leeg! We hebben allemaal als kind geleerd dat een bord leeg moet, maar dat is niet zo! Leer je kind vertrouwen op zijn eigen verzadigingsgevoel.
  • Geen afleiding tijdens het eten (TV, speelgoed, boekjes,…). Op die manier heeft je kind meer aandacht voor zijn eigen gevoel van honger en verzadiging.

Uitbreiden van assortiment

Wanneer je voorgaande tips toepast, is de kans groot dat je kind vanzelf nieuwsgierig wordt naar allerlei voedingsmiddelen. Maar verwacht geen grote stappen in één keer!
Maak je je toch nog zorgen? Dan is het zinvol om hulp te zoeken. Een kinderdiëtist kan je helpen kijken naar de volwaardigheid van de voeding, aangepaste tips geven en je als ouder ondersteunen. Maar je kan ook contact opnemen met een arts, logopedist (bij vermoeden van mondmotorische problemen), of een opvoedingsondersteuner.

Help, mijn peuter lust plots niets meer! (deel 1)

Veel ouders maken het mee: Je peuter die eerst zó goed at, lijkt plots niets meer te willen eten. Het kan leiden tot heel wat stress en frustratie. Maar wat is normaal en wat is problematisch? En hoe ga je er mee om?

Normale selectiviteit
Het is heel normaal dat peuters vanaf ongeveer 1,5 jaar selectiever gaan worden in wat ze willen eten. Het is de fase waarin ze hun eigen willetje en voorkeuren gaan ontwikkelen. Ze willen zelf de wereld gaan ontdekken, maar tegelijkertijd zijn ze nog heel klein. De natuur heefteigenlijk heel slim gezien dat zo’n klein peutertje maar beter wat selectief is in wat het in zijn mond steekt. Weg van mama, kunnen er allerlei giftige planten op de loer liggen, die je maar beter links laat liggen. Net daarom willen ze enkel dingen eten die vertrouwd zijn. Het is een soort van ingebouwd veiligheidssysteem.

In onze tijden moeten we misschien wat minder bang zijn voor giftige planten, en kan deze afkeer voor onbekende dingen tot veel frustratie leiden. “Onbekend” is voor een peuter veel ruimer dan voor ons, volwassenen. Vaak leerde je kind het geweigerde voedingsmiddel al kennen als baby, maar toch wil hij het plots niet meer eten. Dat heeft te maken met de mentale ontwikkeling van je peuter: Hij heeft namelijk een heel strak beeld van hoe een bepaald voedingsmiddel er uit ziet, smaakt of ruikt. Voor een peuter kan het bijvoorbeeld voldoende zijn dat een banaan een tint geler is, of een beetje meer bruine plekken heeft, om het te zien als een volledig nieuw voedingsmiddel.Je peuter moet een “nieuw” voedingsmiddel wel 10 tot 15 keer proeven, voor hij het gaat lusten. Pas dan gaat hun brein geloven dat het veilig is, en dat ze er niet ziek van zullen worden. Wordt je peuter toevallig toch ziek na het eten van een bepaald voedingsmiddel (een buikgriepje bijvoorbeeld), kan je dat product maar beter een tijdje niet meer aanbieden om die link te doorbreken. Groenten spannen meestal de kroon als het over weigeren van voedsel gaat. Dat heeft te maken met de smaak die vaak wat bitter of zurig is, en geassocieerd wordt met giftig of bedorven eten.

Deze afkeer voor nieuwe voedingsmiddelen is dus een heel normaal fenomeen, dat zijn hoogtepunt kent tussen 1,5 tot 2 jaar, maar hoog blijft tot de leeftijd van ongeveer 6 jaar. Nadien neemt het stilletjes aan af, tot het verdwijnt rond 12 jaar.

Problematische selectiviteit
Het is als ouder niet altijd gemakkelijk in te schatten of de kieskeurigheid van je peuter normaal is of niet. Er gaat al een belletje rinkelen als je kind gedurende minstens één maand heel consequent bepaalde voedingsmiddelen weigert. Een paar dagen per week eens groenten weigeren, valt hier dus niet onder en is perfect normaal. We spreken pas van een problematische selectiviteit, wanneer deze langdurige, consequente weigering optreedt in combinatie met minstens één van de volgende zaken:

a. Medische gevolgen: tekorten in het bloed of gevolgen voor de groei. Als je je zorgen maakt over tekorten, kan je contact opnemen met je arts voor een controle. De groei (gewicht en lengte) wordt opgevolgd met groeicurves. De positie op deze grafiek (hoge of lage curves) speelt niet zozeer een rol, maar wel of het lijntje parallel aan de standaardcurve loopt. Er kunnen verklaarbare afwijkingen in de curve zijn, bvb door ziekte. We zien ook vaak dat kinderen na één jaar hun “genetische curve” gaan opzoeken. Een kind van magere ouders, kan geboren worden als een stevige baby, maar als peuter gaan dalen in de curve omdat het zijn/haar genetische aanleg is om ook mager te zijn. Dat wordt vooral duidelijk na het eerste levensjaar. Als je je zorgen maakt over de groei van je kind, neemt je best contact op met een arts.

b. Anticiperend kokhalzen: Dit wil zeggen dat je kind al gaat
kokhalzen of braken bij het zien van eten, zonder dat het in de mond wordt gestoken.

c. Probleemgedrag van de ouders: Stalken met eten (bvb tijdens het spelen continu met eten achterna lopen), dwingen om te eten of afleidend voeden (bvb voor de TV).

Het is belangrijk om te vermelden dat bij een problematisch selectieve eter (volgens bovenstaande criteria) de kans klein is dat de problemen vanzelf voorbij gaan. Uit onderzoek blijkt dat kinderen makkelijker nieuwe voedingsmiddelen gaan willen proeven tussen hun 2 en 4 jaar, dan tussen 4 en 8 jaar. Het is dus een kwestie van op tijd in te grijpen!
Tot zover de theorie…Maar hoe pak je dat nu praktisch aan? Dat kan je lezen in het volgende deel!

foto ‘boontjes’ ©Catherine Blancquaert

Deze tekst werd origineel gepubliceerd op http://www.mamaditi.be

Eczeem en voedselallergieën bij baby’s: Wat is het verband?

Ik zie in mijn praktijk vaak borstgevoede baby’s met eczeem en een voedselallergie. Het is voor de mama’s vaak een ware zoektocht om uit te zoeken waar hun baby op reageert, en zo komen ze ook vaak bij mij terecht. Maar er heerst een groot misverstand onder veel mensen, namelijk dat elke opflakkering van eczeem ontstaat door “iets dat ze verkeerd gegeten hebben”. Dat is zeker niet het geval. Het heeft dus ook geen zin om steeds meer voedingsmiddelen te gaan elimineren tot “de boosdoener” gevonden is. Ik vind het zo jammer als moeders zich schuldig gaan voelen bij een opflakkering van eczeem “omdat ze waarschijnlijk een foutje in hun dieet hebben gemaakt”. Want dat is vaak niet het geval.

Er is eigenlijk nog heel weinig geweten over de exacte oorzaken van eczeem. Wat we wel weten is dat een huid die gevoelig is voor eczeem, geen normale barrière tegen de buitenwereld biedt. De cellen lijken van elkaar weg te schrompelen, en het “cement” er tussen is niet zoals het zou moeten zijn. Door die slechte barrière ontsnapt er gemakkelijk vocht uit het lichaam (vandaar de droge, schrale plekken op de huid). Bovendien kunnen allergenen van buitenaf tussen de cellen heen glippen, naar binnen in het lichaam. Doordat de allergenen relatief gemakkelijk door de huid heen in het lichaam geraken, kan het immuunsysteem gevoelig worden voor bepaalde allergenen. Als dat eenmaal gebeurd is, kan een volgende blootstelling aan het allergen een opflakkering van eczeem teweeg brengen. Die allergenen kunnen uit voeding komen, maar ook huisstofmijt, pollen, kledingvezels, wasmiddel enzovoort. Dus een voedselallergie veroorzaakt niet het ontstaan van de allereerste eczeemaanval. (Het kan later wel een opflakkering van eczeem veroorzaken.) Maar omgekeerd werkt de aangetaste huid wel de ontwikkeling van allergieën in de hand!

Net daarom is het zo belangrijk om de huid van je kindje goed gehydrateerd te houden, om de huidbarrière zo sterk mogelijk te maken. Daardoor verlaag je het risico op het ontwikkelen van nieuwe allergieën. Je gebruikt daarvoor best een speciale hypoallergene crème. Voor advies kan je terecht bij je apotheker. Veel ouders staan huiverachtig tegenover het gebruik van steroïde crèmes bij hun baby. Ze werken ook maar zo lang dat je ze smeert. Ze nemen de oorzaak van het eczeem niet weg, maar zijn enkel symptoombestrijding. Uit onderzoek blijkt echter dat ze zelfs op redelijk lange termijn veilig zijn om te gebruiken. Boven zijn de risico’s van het gebruik van steroïde crèmes lager dan de risico’s om nieuwe allergieën gaat ontwikkelen door het huid met een slechte barrièrefunctie door eczeem.

Conclusie?

  1. Voeding kán een opflakkering van eczeem veroorzaken, maar er zijn ook veel andere mogelijke aanleidingen. Als je een duidelijk verband ziet met voeding, laat dat voedingsmiddel dan weg. Maar in heel wat gevallen is er geen verband tussen voeding en eczeem. In die gevallen is het zinloos om eindeloos voeding te blijven elimineren in de hoop om het eczeem te verbeteren. Je kan er ook niet iedere opflakkering mee verklaren.
  2. Volg het smeeradvies van je arts goed op, om de huidbarrière van je kindje zo goed mogelijk te houden. Krijg je het eczeem onder controle met een vochtinbrengende crème? Prima! Maar lukt dat niet, gebruik dan een steroïde crème als je arts die voorschrijft. Zo voorkom je dat je kindje nog meer allergieën zou kunnen ontwikkelen.

Lactose-intolerantie bij borstgevoede baby’s, bestaat dat nu wel of niet?

Je hoort wel eens zeggen “Ik ben moeten stoppen met borstvoeding, want mijn baby is lactose-intolerant”. Terwijl je van een andere kant hoort “Maar baby’s kunnen helemaal niet lactose-intolerant zijn”. Maar hoe zit dat nu?

Zullen we eerst beginnen met een droog lesje chemie? Niet zo heel spannend misschien, maar wel noodzakelijk om te begrijpen waar we het over hebben. Lactose is een natuurlijke suiker die voorkomt in alle dierlijke melken, dus ook in moedermelk. Lactose-intolerantie wil zeggen dat je die suiker niet goed verdraagt. In die zin is lactose intolerantie iets helemaal anders dan koemelkallergie, waarbij je reageert op de eiwitten in de melk. Maar de twee worden al eens door elkaar gehaald omdat die eiwitten en lactose in het zelfde product voorkomen, namelijk dierlijke zuivelproducten.

Maar goed, we gingen het over lactose-intolerantie hebben. Normaal gezien wordt lactose in je darmen opgesplitst in kleinere suikermolecules door het enzyme lactase. Die kleinere molecules worden dan geabsorbeerd door de darmwand, naar je bloed. Maar daar kan het mis gaan. Als lactose niet voldoende wordt afgebroken, blijft het in je darm en dat is vervelend. Want lactose trekt water aan, en wordt ook nog eens gefermenteerd door bacteriën. Het resultaat? Overvloedige, vloeibare, soms groene, schuimende ontlasting en een geïrriteerde baby die veel windjes kan laten.

 

Aha, lactose-intolerantie bij baby’s bestaat dus wel? Inderdaad, we spreken over drie soorten van lactose-intolerantie bij baby’s:

  1. Primaire lactose-intolerantie is een genetische afwijking waarbij de baby geboren is zonder het gen voor lactase om lactose af te breken. Dit is een baby die meteen vanaf de geboorte al niet goed groeit en uitdroogt. Maar dit is echt héél zeldzaam: Er zijn maar een paar mensen in de wereld die met deze afwijking zijn geboren, de meesten daarvan wonen in Finland.
  2. Secundaire lactose-intolerantie lijkt wel op primaire lactose-intolerantie, maar is iets tijdelijks. Door een beschadiging van de darmen, kan er geen lactase worden aangemaakt in de darmcellen. De lactose-intolerantie is dan eerder een gevolg dan een oorzaak. Want waar komt die beschadiging van de darm vandaan? Wel, bijvoorbeeld van een infectie van de maag en darmen door een bacterie of virus. Maar er kan ook een andere voedselovergevoeligheid aan de basis liggen: Een bepaald voedingsmiddel irriteert de darm dan zodanig, dat de darm beschadigd raakt en ook geen lactase meer kan maken. Belangrijk om te onthouden, is dat dit een tijdelijke lactose-intolerantie is. Neem de oorzaak van de darm irritatie weg, en de darmcellen én lactase productie zullen zich weer herstellen.  In de tussentijd kan je gewoon borstvoeding blijven geven. Sterker nog, de stofjes in moedermelk zullen de darm helpen om sneller te herstellen. Er hoeft zeker niet overgeschakeld te worden op lactosevrije kunstvoeding bij een borstgevoede baby!
  3. Zogenaamde lactose-overbelasting is geen echte lactose-intolerantie. Dit komt voor bij overproductie bij borstvoeding, waardoor de baby te veel lactose binnen krijgt. De symptomen? Een ongelukkige baby die vaak wil drinken, en frequente explosieve, schuimende, soms groene ontlasting produceert. Ironisch genoeg kan de mama denken dat ze niet voldoende melk produceert, omdat de baby altijd hongerig lijkt. Zuigen is namelijk een manier van de baby om de pijn te verzachten. En dan komen we in een vicieuze cirkel terecht, want hoe meer de borsten gestimuleerd worden, hoe meer melk ze gaan produceren. Bij twijfel contacteer je best je lactatiekundige of vroedvrouw. Met een aantal tips kan je je overproductie onder controle krijgen.

Dus: Behalve bij primaire lactose-intolerantie, kan je gewoon borstvoeding blijven geven. Het heeft ook geen zin om als moeder op lactosevrij dieet te gaan. Intacte lactose wordt namelijk niet opgenomen in de bloedbaan, en komt dus ook niet in de moedermelk terecht. Alle lactose in moedermelk wordt ter plaatse “vers” geproduceerd.

Kan een kind zelf aanvoelen welke voeding zijn lichaam nodig heeft?

Er wordt wel eens gezegd dat je kinderen zelf kan laten bepalen wat ze eten. Dat hun lichaam perfect aanvoelt wat het nodig heeft. Maar klopt dat wel? En waar komt deze bewering vandaan?

Daarvoor moeten we bijna 100 jaar terug in de tijd, naar de jaren ’20-’30 van de vorige eeuw. Dr. Clara Davis was een Amerikaanse kinderarts. Ze vroeg zich af of voorkeuren voor smaken genetisch bepaald zijn. Het experiment: Ze schotelde de baby’s, die opgroeiden tot peuters en kleuters, iedere maaltijd 10 kommetjes voor met verschillende voedingswaren. De baby’s mochten zelf kiezen wat ze aten, en hoeveel ze er van aten. En wat bleek? De kinderen waren jarenlang perfect gezond! Het viel haar zelfs op dat kinderen die verkouden waren spontaan meer wortelen, bieten en biefstuk gingen eten. Kinderen met rachitis (een botaandoening door een tekort aan calcium en vitamine D) kozen zelf voor die voedingsproducten die de tekorten weer aanvulden. Straf!

Maar er zijn twee opvallende zaken in dit experiment die we niet over het hoofd mogen zien: Ten eerste konden de kinderen alleen maar kiezen uit een assortiment van onbewerkte, gezonde producten: Verschillende soorten groenten, fruit, melk, onbewerkt vlees en granen.
Ten tweede, mocht de verpleegster die hielp met eten, in geen geval emoties tonen of opmerkingen maken tijdens het eten. Dit is natuurlijk niet de normale gang van zaken. Maar de manier waarop je kijkt of wat je zegt tegen je kind, heeft wel een invloed op zijn/haar eetgedrag. Daarom is het zo belangrijk om geen goed- of afkeurende opmerkingen te maken tijdens het eten.

Komen we terug bij de vraag: Kunnen kinderen zelf bepalen welke voeding hun lichaam nodig heeft? Ja, tot op zekere hoogte wel. Maar dit experiment toont ook aan hoe belangrijk het is dat ouders bepalen wát er op tafel komt. Komen er koekjes en allerhande snacks op tafel, dan gaat de kompas van je kind gegarandeerd de mist in. Bied daarom een gezonde diversiteit aan voedsel aan, en dan kan je je kind zelf laten bepalen hoeveel ze van ieder product eten.

(Bron: First Bite. How we learn to eat – Bee Wilson)

Een 100% fruittaart

De verjaardag van je kind, toch altijd een beetje speciaal he? En zeker die eerste verjaardag! Dat mag gevierd worden, het zal wel zijn! Maar wat schotel je je mini-feestvarken voor?
Mijn top-tip: Een heerlijke 100% fruit-taart! Voor Mira was het een wel overwogen keuze met haar koemelkallergie. Maar bij kleine zus Zita hebben we hetzelfde gedaan, ook al had ze geen allergieën. Die 1-jarigen zijn zot van fruit!

Hoe maak je deze supergezonde, maar vooral supermooie en lekkere taart? Heel simpel! Je snijdt een ronde schijf uit het midden van de watermeloen. Schil eraf, beetje bij trimmen met je mes tot hij weer mooi rond is.;) Dan snijd je nog een kleinere schijf uit, die je er bovenop zet. En dan het leukste: Versieren! Je kiest zelf welk fruit je kleintje het liefste eet, en wat er op dat moment in de winkels ligt (of beter nog: in je tuin groeit:)). Wij kozen voor schijfjes kiwi (Die zijn echt zo mooi als je er eens aandachtig naar kijkt. Die kleuren, die vormen… You go, nature!), braambesjes, halve druiven (altijd overlangs in twee snijden tegen verslikken!), en kleurrijke stukjes meloen (oranje, wit, groen…). Met simpele koekjesvormen kan je gemakkelijk allerlei leuke vormpjes uit een plakje meloen duwen.
Mijn grootste zorg op voorhand? Hoe maak ik die stukjes fruit vast op de taart? Maar wat bleek: Nat fruit op een natte watermeloen blijft wonderwel vanzelf plakken! Hoera voor fysica! En of ze het lekker vond? Oordeel zelf…  😉

Ik heb op fruit-vlak natuurlijk geluk met mijn zomerkindjes. Maar hoe hebben jullie de eerste verjaardag van je kindje gevierd?