Waarom de diagnose van koemelkallergie vaak zo laat gemaakt wordt…

Mijn dochter was bijna 3 maanden oud toen de diagnose van koemelkallergie gesteld werd. Meer dan 2 maanden hadden we een baby die zich duidelijk niet goed voelde, die veel huilde, krampen had en reflux. Ontelbare keren was ik naar de huisarts geweest, naar de osteopaat, de vroedvrouw was zo vaak geweest … Soms kreeg ik te horen “Ze groeit er wel uit. Alle baby’s hebben krampen”. Maar mijn moederhart wist dat er iets niet klopte, en dat mijn baby pijn had. Het was een heel frustrerende en moeilijke periode. Als ik andere verhalen hoor, heb ik nog geluk gehad dat “al” na enkele maanden de diagnose van koemelkallergie werd gesteld. Ik ging op dieet (mijn dochter kreeg exclusief borstvoeding) en vrij snel kreeg ik een heel andere baby.

Maar waarom heeft het zo lang geduurd voor iemand de diagnose stelde? Het is toch niet echt een zeldzame ziekte? Dat komt omdat er twee soorten koemelkallergie zijn: Een snelle, en een vertraagde vorm. En het is net die tweede soort die zo moeilijk vast te stellen is.

Wanneer we het over  een koemelkallergie (KMA) hebben, denken de meeste mensen (ook zorgverleners) aan de typische allergische reactie: Enkele minuten of uren na inname zie je al zwelling, netelroos (huidreactie), diarree, … Dit is een onmiddellijke allergische reactie (“IgE-gemedieerd” in vaktermen), waarbij typische antilichamen betrokken zijn (“IgE antilichamen”). Bij de klassieke allergietesten in het bloed wordt gezocht naar deze IgE-antilichamen. Ook huidtesten werken via deze snelle allergische reacties. Omdat de reactie zo snel optreedt, is het vaak niet moeilijk om de link te leggen met de oorzaak: koemelk.

Maar er bestaat ook een andere soort KMA, en dit is eentje die heel vaak gemist wordt. En toch is een aanzienlijk deel van alle koemelkallergieën van dit type. Wat deze KMA zo tricky maakt, is dat de reactie vertraagd optreedt (enkele uren tot dagen na inname). Dat maakt het al een heel pak moeilijker om de link te leggen met de boosdoener want in de tussentijd is er al heel wat gegeten en gebeurd. Deze KMA noemen we een vertraagde KMA (“niet-IgE-gemedieerd”). Bij dit soort KMA is het het trage deel van je immuunsysteem dat de koemelk herkent, en waarbij een heleboel chemische stofjes zorgen voor ontstekingen. Die ontstekingen kunnen plaats vinden in het maagdarmstelsel, maar ook in de huid. Mogelijke symptomen zijn reflux, krampen, diarree, huiduitslag, slechte groei, … Deze symptomen komen niet enkel bij een allergie voor, en kunnen ook andere oorzaken hebben. Het is voor de zorgverlener niet altijd gemakkelijk om een onderscheid te maken tussen klachten die veroorzaakt worden door een allergie, of door iets anders.

Hierboven zei ik dat er bij de diagnose van allergieën met huid- en bloedtesten gezocht wordt naar IgE-antilichamen, maar deze ontbreken bij een vertraagde KMA. Dat bemoeilijkt ook de diagnose. De klassieke allergietesten zullen een snelle KMA oppikken, maar de vertraagde KMA wordt gemist op deze manier. Hoe de diagnose bij een vertraagde KMA dan gesteld wordt? Eerst en vooral door heel goed naar het verhaal en de klachten te luisteren (Dit is trouwens ook essentieel bij een snelle allergie. Een positieve huid- of bloedtest is nooit een sluitend bewijs op zichzelf). En vervolgens wordt er gekeken of de klachten verdwijnen als koemelk uit de voeding wordt gehaald, en ze terug komen als er opnieuw koemelk wordt gebruikt.

Is het dan alleen kommer en kwel met deze vertraagde koemelkallergie? Neen, gelukkig is er ook een lichtpuntje: De vooruitzichten om uit deze KMA te groeien zijn beter dan bij een snelle KMA. Gemiddeld groeit je baby rond 1 jaar uit een vertraagde KMA. Bij een snelle KMA kan dit wat langer duren. En de kans op een levensbedreigende reactie is bijzonder klein bij een vertraagde KMA. Al is het leven met een baby die pijn heeft, natuurlijk nooit fijn…


Meer weten over allergieën bij baby’s? Op 22/2 geef ik een lezing voor ouders bij De Wolk. Meer informatie vind je hier (onderaan de pagina).

Als professional geïnteresseerd in KMA bij baby’s? Op 8 maart ben ik één van de sprekers op de studiedag “Yes she can! Borstvoeding, meer dan enkel starten!” Meer informatie vind je hier.

Heeft een hypoallergene (HA) melk zin?

Stel, je oudste kindje had een koemelkallergie. Of je partner heeft regelmatig last van eczeem. Of misschien heb je zelf wel heel wat allergieën? Is het dan nodig om je baby hypo-allergene (“HA”) melk te geven, wanneer je baby geen borstvoeding krijgt?*

Als je kijkt naar flesvoeding op basis van koemelk zijn er vier gradaties in verknipping. Het idee achter deze verknipping is het volgende: Bij een allergie reageer je (onterecht) op een eiwit. Als de eiwitten meer verknipt zijn, is er in principe minder kans dat je er op gaat reageren.

Bij de productie van kunstvoeding wordt pure koemelk als beginproduct gebruikt. De verhoudingen van voedingsstoffen worden veranderd en er worden wat stofjes aan toegevoegd zodat het beter aansluit bij de noden van een mensenbaby. In de standaard kunstvoeding zijn de koemelkeiwitten intact aanwezig. Bij een HA-melk zijn deze redelijk grof in kleinere stukken verknipt (“partieel hydrosylaat”, met een dure term). Een baby met een bestaande allergie zal nog altijd reageren op deze grove verknipping. Dan kan er nog verder worden gegaan: Zwaar verknipt (“extensief hydrosylaat”). Of de eiwitten worden zelfs volledig verknipt tot de kleinste bouwstenen als dat niet voldoende is (aminozurenbasis). Er zijn dus vier gradaties in verknipping van koemelkeiwitten in kunstvoeding:

  1. Geen verknipping, intacte eiwitten (standaard kunstvoeding)
  2. Lichte verknipping, grote stukken eiwitten (HA)
  3. Zware verknipping, kleine stukken eiwit (Bvb nutramigen, pepti)
  4. Volledige verknipping, aminozuren (Bvb Neocate)

Bij HA-melk hebben we het over de tweede graad, lichte verknipping. Voor een allergische baby is HA-melk niet geschikt omdat hij nog altijd zal reageren op deze licht verknipte eiwitten. HA-melk wordt verkocht om te verhinderen dat een baby met een hoog risico in de toekomst allergisch zou worden. Met “hoog risico” bedoel ik dat een broertje of zusje allergisch was of één van de ouders een allergie heeft, of astma of eczeem. Dat hoeft trouwens niet noodzakelijk een voedselallergie te zijn, maar kan bvb ook een pollen- of huisstofmijtallergie zijn.

In 2016 is een hele grote, onafhankelijk (!) studie gebeurd om te kijken of deze HA melk inderdaad allergieën kon voorkomen. En wat bleek? Er was geen verschil tussen baby’s die standaard kunstvoeding of HA kunstvoeding hadden gehad. De baby’s die HA-melk hadden gehad, hadden niet minder allergieën, astma of eczeem, zelfs tot de leeftijd van 14 jaar.

Dus: HA-melken kunnen geen allergieën voorkomen bij een baby. Ze zijn ook niet geschikt voor baby’s die al allergisch zijn omdat de verknipping onvoldoende is. En ze kosten +-5€ per pot (800g) meer dan een standaard zuigelingenvoeding. Wat is dan het nut van deze voedingen? Het antwoord lijkt me duidelijk: Geen. Ze hebben geen nut in de preventie van allergie, en ook niet in de behandeling van een allergie.

Wie graag weet waar ik de mosterd vandaan haal, kan het originele artikel hier lezen. Een wetenschappelijke samenvatting vind je hier.


*Borstvoeding is de eerste keuze voeding voor een baby, ook bij allergieën. Heb je het idee dat je baby reageert op je moedermelk? Zoek dan zeker professionele hulp, je hoeft dit niet alleen te doen! Bespreek het met je arts, vroedvrouw/lactatiekundige. En bij mij kan je ook terecht natuurlijk! 🙂 Hier vind je meer informatie.

Meer weten over allergieën bij baby’s? Op donderdag 22 februari (20-22u) geef ik een lezing bij vroedvrouwenpraktijk De Wolk in Boortmeerbeek (30€/pp). Inschrijven kan hier.

Van je bord tot de borst: Hoe lang blijft koemelk in moedermelk?

Je hebt vrolijk aan de feesttafel mee gegeten, en dan blijkt dat er toch koemelk* verwerkt was in de maaltijd! Terwijl je baby niet tegen koemelk kan en jij het dus ook niet mag eten omdat je borstvoeding geeft. Maar wat staat je nu te wachten? Hoe lang blijft de koemelk in je moedermelk?

Het is een vraag die ik heel vaak krijg in mijn praktijk. En een hele goede vraag ook. Ik zou wat kunnen gissen hoe lang dat ongeveer zou duren, maar dat is niet zo mijn stijl. Nope, ik kroop speciaal voor jullie in de wetenschappelijke literatuur, op zoek naar antwoorden.

En wat bleek? Er is wel wat informatie te vinden over hoe snel bepaalde eiwitten (koemelk, pinda, ei,..) van je bord in je borst geraken. En dat kan echt héél snel gaan, zelfs binnen de 10 minuten! Maar het kan ook langer duren: Als je bijvoorbeeld eerst een stevige friet met mayonaise hebt gegeten, kan het ook enkele uren duren vooraleer de eiwitten zich een weg hebben gebaand door je verteringsstelsel, naar je bloedbaan en zo naar je moedermelk.

 

Maar dat was de vraag niet. Hoe lang duurt het nu voor de eiwitten uit je maaltijd weer uit je moedermelk zijn? Daar vond ik veel minder gemakkelijk antwoorden op, helaas… Het lijkt er op dat tussen de 1 à 12u na de maaltijd de grootste concentratie in je melk terecht komt. Dat hangt af van wat je gegeten hebt en hoeveel koemelk er in verwerkt was. Maar er blijken ook grote verschillen te zijn tussen personen onderling. De ene persoon verwerkt de eiwitten sneller dan de andere, vandaar de grote marge. Na die piek op 1 à 12u lijkt de concentratie gestaag af te nemen. Hoe lang het duurt voor het eiwit volledig uit je moedermelk is, is moeilijk te beantwoorden. Ik vond één studie waar ze zelfs tot 7 dagen na een glas melk nog koemelkeiwitten in de moedermelk terugvonden! Maar de vraag is of die concentratie in de praktijk ook relevant is en je baby er effectief ook nog op reageert…

Wat het nog wat ingewikkelder maakt, is dat niet iedere allergische reactie meteen optreedt. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je baby pas 2 dagen na de bewuste maaltijd symptomen krijgt. Niet noodzakelijk omdat de eiwitten dan nog in je moedermelk zitten, maar omdat hij bijvoorbeeld reageert op de eiwitten die er 24u geleden nog in zaten.

Waarom wordt er dan gezegd dat het tot 2 (of zelfs 4) weken kan duren vooraleer je kindje klachtenvrij is bij de start van een koemelkvrij dieet? Dat heeft vooral te maken met de hersteltijd die nodig is voor bepaalde beschadigingen. Als je kindje bvb al maanden last heeft van zijn darmpjes door de allergie, dan kan na een paar dagen koemelkvrij eten de koemelk wel uit je borstvoeding zijn. Maar de darmpjes hebben tijd nodig om weer te herstellen, en dat kan veel langer duren. Daarom dat de klachten ook niet op 1-2-3 voorbij zijn.

Maar wat is dan de conclusie?Daar bestaat helaas geen eenduidig antwoord op. Je zou bijvoorbeeld 24u kunnen kolven (en weggooien) zodat de meeste koemelkeiwitten uit je moedermelk zijn. Maar er zijn ook andere factoren om rekening mee te houden: Wat en hoeveel heb je gegeten? Hoe heftig is de reactie van je kindje op een kleine hoeveelheid eiwitten? Heb je nog andere melk om in de tussentijd te geven? Het goede nieuws is dat moedermelk ook boordevol stofjes zit om een beschadigd lichaamssysteem te herstellen. Laat je dus niet wijsmaken dat je beter permanent stopt met borstvoeding bij een allergie!

 

* Of een ander allergeen, zoals kippenei of soja

Is het nodig om op 6 maanden over te schakelen naar opvolgmelk (nummertje 2)?

Je baby wordt binnenkort 6 maanden, een mijlpaal! Als je geen borstvoeding geeft*, vertelt iedereen dat het tijd is om je pak poedermelk nummer 1 op te gebruiken, en over te schakelen naar nummer 2. Maar is dat wel nodig?

Om hier een antwoord op te kunnen geven, vergelijken we eens wat er juist verschilt tussen eersteleeftijdsmelk (nummer 1, gemarket als 0-6 maanden) en opvolgmelk (nummer 2, gemarket als na 6 maanden).

Bij babyvoeding wordt borstvoeding altijd als de referentie genomen. Eersteleeftijdsmelk sluit daar het dichtst bij aan qua eiwit-, koolhydraat- en vetgehalte. Wat is nu het verschil tussen eersteleeftijdsmelk en opvolgmelk? We zien verschillende dingen in opvolgmelk:

  • Een iets hoger eiwitgehalte, en een hogere verhouding aan caseïne-eiwitten ten opzichte van wei-eiwitten (de twee belangrijkste eiwitten in melk). Caseïne geeft een tragere maaglediging en gaat langzamer door de darmen dan wei. Dus dat maakt dat deze opvolgmelk meer verzadigend is dan eersteleeftijdsmelk.
  • Een hoger koolhydraatgehalte, waarvan een deel zetmeel is. Zetmeel verteert trager en komt niet voor in eersteleeftijdsmelk. Dat maakt de opvolgmelk ook meer verzadigend dan eersteleeftijdsmelk.
  • Een lager vetgehalte. Het aantal kcal tussen de eersteleeftijds- en opvolgmelk is nagenoeg gelijk, dus het verhoogde eiwit- en koolhydraatgehalte worden gecompenseerd door een lager vetgehalte in de opvolgmelk.
  • Meer vitamines en mineralen

Enkele bedenkingen bij deze informatie

  • Borstvoeding verandert na 6 maanden niet drastisch van samenstelling en blijft toch de ideale voeding voor de baby. Dus je kan je afvragen of een opvolgmelk met een andere samenstelling wel nodig is. In principe bevat de eersteleeftijdsmelk alle bestanddelen die je baby nodig heeft uit melk als je geen borstvoeding geeft. De wijzigende verhouding wei-caseïne (van hoofdzakelijk wei naar ongeveer 50/50) zien we ook wel terug bij borstvoeding.
  • Een te hoge eiwitinname kan o.a. leiden tot overgewicht en andere aandoeningen op latere leeftijd. Het verschil tussen eersteleeftijds- en opvolgmelk is niet heel groot (zeker niet ten opzichte van gewoon koemelk), maar je kan je afvragen of dat hogere eiwitgehalte wel nodig is.
  • Vanaf 6 maanden is het aangeraden dat iedere baby vaste voeding krijgt. Als je baby een gezond en gevarieerd aanbod aan vaste voeding krijgt, krijgt ze zeker haar benodigde vitamines en mineralen binnen in combinatie met haar melkvoeding. Dus in dat opzicht is het niet nodig om in de melk extra vitamines en mineralen toe te voegen. EFSA (Europese Voedselveiligheid Authoriteit) stelt ook duidelijk dat eersteleeftijdsmelk voldoende voedingsstoffen bevat voor gezonde zuigelingen, ook na 6 maanden. De extra toegevoegde vitamines en mineralen zijn niet nodig.

Conclusie: Ook na 6 maanden blijft eersteleeftijdsmelk beter aansluiten bij de behoeftes van je baby. De reden waarom opvolgmelk toch bestaat, is puur marketing: Voor opvolgmelk mag reclame gemaakt worden, terwijl dat voor eersteleeftijdsmelk verboden is.

 

Wie graag meer leest, kan hier terecht:

 

* Als je borstvoeding geeft (gedeeltelijk of volledig), doe dan zeker verder! Ook na 6 maanden blijft het de ideale babyvoeding.

 

Mijn probleem met Rapley

Ik heb een probleem met het Rapley-gebeuren. “Oei? Geef je daar geen infosessies over?” zie ik je denken. Laat het mij even uitleggen.

Op zich heb ik geen probleem met de methode zelf, waarbij je stukjes aanbiedt aan je baby vanaf 6 maanden. Ik heb mijn twee kinderen op deze manier vaste voeding laten eten. Maar ik maak me wel zorgen om de ontwikkelingen die ik er rond zie gebeuren.

Ik zie het Rapley vs papjes discours polariseren naar een “wij” vs “zij” discussie, wat mama’s kan opzadelen met onzekerheid en schuldgevoelens. En we hebben al genoeg schuldgevoelens als moeder, nietwaar? Ik zie dat moeders elkaar strengere regels gaan opleggen dan Gill Rapley zelf beschreven heeft in haar boek. Moeders voelen zich “niet goed genoeg” omdat ze de methode niet tot in de puntjes volgen.

En ik vrees dat op die manier de kern van de hele Rapley-methode verloren gaat. Rapley gaat in essentie niet om stukjes eten. Het gaat om de regie terug aan je baby geven, dat is de kern. Die regie terug geven is een thema dat je op veel vlakken ziet terug keren: bij de bevalling, bij borstvoeding geven, … En dat is geen toeval.

Heel wat voordelen van de Rapley-methode (waaronder een beter gevoel van verzadiging, en minder selectief eten op latere leeftijd) komen juist voort uit die zelfcontrole: Baby kiest zelf óf en hoeveel hij eet (jij kiest wat, waar, wanneer). Is de enige “goede” manier dan om de lepel strikt achter slot en grendel op te sluiten? Is dat de enige manier waarop we ons kunnen bedwingen om de controle van onze baby over te nemen? Laten we ons niet verliezen in de details**, met het risico dat de kern van de boodschap verloren gaat. Want je kan je baby perfect volgens de Rapley-methode stukjes leren eten, maar als je vervolgens bij je 3-jarige het aantal hapjes zit te tellen, en dreigt met zijn dessert te ontzeggen als het bord niet leeg is, is er toch iets mis gelopen met die regie.

Mijn pleidooi: Relax, volg je moedergevoel, geloof in jezelf én in je baby (!!). En laat je ondersteunen door goede en eerlijke informatie over het voeden van een baby, over normaal babygedrag en de natuurlijke behoeftes van een baby.

Ga je combineren met papjes omdat het nu eenmaal niet anders kan in de opvang? Dat is helemaal OK.

Past de Rapley-methode niet bij jou omdat je veel te bang bent voor die stukjes*? Dat is ook OK, want ook met papjes kan je je baby’s tempo volgen.

 

#babysetenzelf

* Uit onderzoek blijkt dat Rapley-baby’s zich niet méér verslikken in stukjes dan baby’s die eerst papjes krijgen. Dus rationeel is die angst ongegrond, maar als jij je er echt te onzeker bij voelt, is dit geen goede methode voor jullie.

** Uiteraard moet je wel goed de veiligheidsmaatregelen kennen als je je baby stukjes geeft, maar die gelden ook bij peuters: Altijd mooi rechtop zitten, in de buurt blijven als ouder, geen gevaarlijke voedingsmiddelen geven (nootjes, hele kerstomaten,…)

Reflux, krampen, allergie,… Of is er iets anders aan de hand?

Ik las een bijzonder interessante tekst via de Facebookpagina van Milk Matters. Ik vind het zo belangrijk om dit te delen, dat ik het even voor jullie vertaald heb naar het Nederlands. Dat leest toch net iets makkelijker he 

“Laten we het eens hebben over aerofagie, oftewel lucht happen. Dit worden zelden opgemerkt bij baby’s, maar wordt vaak gediagnosticeerd als “reflux”.

Mogelijke symptomen zijn:
• Reflux
• Opgeblazen buikje
• Hikken
• Extreme winderigheid
• Ongemak of milde pijn in het buikje (knietjes op trekken of overstrekken)
• Luide of meer actieve darmen (explosieve of luide stoelgang)

De belangrijkste redenen waarom baby’s lucht happen zijn de voedingen, en huilen. Niet alle baby’s vertonen dezelfde klachten, wat het nog wat ingewikkelder maakt. Maar als ouder kan je letten op volgende zaken:
• Klikken of slurpen aan de borst of fles. Soms kan je luchtbellen zien terugkeren in het speentje.
• Problemen met aanhappen aan de borst, of speenverwarring.
• Duidelijk geen gesloten aanhap, luchtbellen of melk lekken langs de mondhoek.
• Luid slikken, snel drinken of juist extreem traag en lang drinken door een slecht vacuüm.
• Borstgevoede baby’s kunnen beiden doen: Extreem snel drinken in het begin en dan vertragen, wat leidt tot ofwel frequente ofwel hele lange voedingen.
(Noot van Rolinde: Het is normaal dat jonge baby’s vaak om voedingen vragen, 10-12x/dag is niet abnormaal en geen reden om je zorgen te maken. Ook “clusteren” (hele lange voedingen) is normaal babygedrag, vaak in de vooravond).
• Overstrekken en onrust tijdens voedingen, lijkt te vechten met de fles of borst.

Baby’s kunnen sommige of alle symptomen hebben. De oorzaak van luchthappen kan verteringsproblemen verminderen of zelfs volledig oplossen. Dit zorgt er voor dat er geen onnodige medicatie moet gebruikt worden.”

Als er een mama (of papa) op consultatie komt met een baby met darm- en/of refluxklachten, stel ik eerst gerichte vragen om te horen of er geen luchthappen in het spel is. Het zou jammer zijn om te beginnen experimenteren met allerlei diëten (of medicatie, maar daar beslis ik niet over), wanneer een allergie niet noodzakelijk de oorzaak is. Het volledige plaatje is zo belangrijk!

Vraag jij je wel eens af of er luchthappen in het spel kan zijn bij je baby? Bovenstaande tips zijn zeker nuttig om zelf al eens te bekijken. Je vroedvrouw en/of lactatiekundige zijn hier ook in gespecialiseerd. En uiteraard denk ik ook graag met je mee! Klik op hier om een afspraak te maken.

Rapley-kindjes minder kieskeurig, maar geen effect op gewicht?

Ha, de wetenschappelijke wereld begint Rapley (baby’s stukjes laten eten in plaats van papjes te geven) ook op te pikken! Er wordt veel geschreven over Rapley op mama-groepen, maar weet jij soms nog wat je moet geloven? Verkleint het echt de kans op overgewicht later? Krijg je gemakkelijkere etertjes? Wat met hun ijzerbalans? En is dat niet gevaarlijk, zo stukjes aan een baby geven?

In dit Nieuw-Zeelandse onderzoek werden 206 vrouwen opgevolgd. Eén deel werd begeleid door een lactatiekundige om lang borstvoeding te stimuleren, in combinatie met stukjes geven. Het andere deel kreeg de standaardcontroles. Op 12 en 24 maanden werd er gekeken naar de BMI en vulden de moeders een enquête in over kieskeurigheid tijdens het eten, energie-inname enzovoort.

Wat blijkt uit dit onderzoek? Er werd geen verschil gevonden in BMI tussen de twee groepen. Dus op basis van deze studie kan je niet zeggen dat de Rapley-methode overgewicht voorkomt. Maar tegelijkertijd wil het ook zeggen dat deze Rapley-kindjes niks tekort kwamen! Als het gaat over stukjes versus papjes, is de vraag dikwijls of baby’s wel genoeg ijzer binnen krijgen. Maar ook op dat vlak was er geen verschil! Uit de enquêtes bleek verder dat de baby’s uit de Rapley-groep minder kieskeurig waren dan de baby’s die papjes hadden gekregen. Zij leken meer plezier te beleven in hun eten. En niet onbelangrijk: Er is geen enkel gevaarlijk geval van verslikking geweest. Uit eerder onderzoek in 2016 was al gebleken dat de Rapley-aanpak even veilig is als de traditionele aanpak, dus deze uitkomst verbaast mij niet. Maar het is wel fijn om nog eens te benadrukken.

Zegt deze studie nu alles over Rapley? Nee, natuurlijk niet. Het is een relatief kleine studie met een goede 100 personen per groep. Er zijn ook nog maar gegevens tot 2 jaar. Het is interessant om te weten hoe deze kinderen verder gaan evolueren. Blijft het zo dat er geen verschil is in BMI? Gaan de Rapley-kindjes minder kieskeurige etertjes blijven? Ik ben alvast benieuwd naar het vervolg van dit verhaal!

 

Voor wie graag het artikel zelf wil lezen: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/28692728

Help, mijn peuter lust plots niet meer! Praktische tips (deel 2)

In het vorige deel heb ik de theorie rond selectief eetgedrag toegelicht. De tips hieronder gelden bij “normaal” selectief eetgedrag, maar zijn ook zeker een eerste stap in de goede richting bij problematisch selectieve eters.

Goed begonnen is half gewonnen

Laat je baby kennis maken met zoveel mogelijk smaken en texturen.IMG_1242 Dan ben je al goed gewapend tegen de periode van kieskeurigheid, die sowieso zal komen.

Tussen de 4 en 8 maanden zijn baby’s het meest gevoelig voor nieuwe smaken. Dit betekent echter niet dat je om die reden op 4 maanden moet starten met vaste voeding. Ook via moedermelk leert je baby al een heel gamma aan smaken kennen. Voor de smaakontwikkeling is het interessant om je baby ook aparte smaken te laten proeven, ofwel in papjes met slechts één soort fruit of groente, ofwel in stukjes.
Tussen 7 en 10 maanden zijn baby’s het meest gevoelig aan het ontdekken van verschillende texturen. Op dat vlak is het aanbieden van stukjes (Rapley-methode) heel interessant. Zo leert een baby al snel dat een banaan anders aanvoelt in de mond (en aan de vingers, wangen en haar 🙂 ) dan een kiwi of broccoli. Als je papjes aanbiedt, is het heel belangrijk om niet te lang te blijven hangen in de heel glad gemixte papjes, en op tijd ook stukjes te gaan aanbieden. Dit gebeurt best vóór 12 maanden: daarna wordt kauwen minder een automatisme en zal het voor je baby veel moeilijker zijn om stukjes te leren eten.

Maak eten weer leuk

Maar wat als de fase van selectiviteit al is aangebroken? Onderstaande tips zijn vooral afgestemd op kinderen vanaf 1,5 jaar.

Zorg voor een ontspannen sfeer, zonder stress of angst. Alleen zo zal een kind geprikkeld zijn om te experimenteren met eten. Volgende tips dragen bij aan een ontspannen sfeer:

  •  Heb realistische verwachtingen: Het kan zijn dat je kind eens minder honger heeft omdat het bijvoorbeeld moe is van een dag school, of weinig bewogen heeft die dag. Maar het is ook normaal dat kinderen minder eten naarmate ze minder snel gaan groeien.
  • Geef zelf het goede voorbeeld: Eet met smaak, en probeer zelf ontspannen te zijn. Dat laatste kan heel erg moeilijk zijn wanneer je bezorgd bent om het eetgedrag van je kind, maar is wel heel belangrijk. Zeker een gevoelig kind pikt jouw spanning heel snel op.
  • Eet samen aan tafel met het gezin in een ontspannen sfeer. Zware gespreksonderwerpen en opmerkingen over het eten, laat je best links liggen.
  • Zit je kind comfortabel? Hebben de stoel en tafel de juiste hoogte?
  • Is het eten goed van temperatuur, niet te warm of te koud?
  • Voelt je kind zich goed? Is het ziek of oververmoeid?
  • Zijn er niet te veel achtergrondprikkels? Bvb een TV die aanstaat, of is er ander lawaai of afleiding in de buurt? Voor het ene kind is dit al meer storend dan voor het ander.
  • Laat je kind experimenteren met eten: Laat het voelen met de vingers, kliederen, ruiken,… Voeding leren kennen is zoveel meer dan het enkel in de mond steken. Soms is het al een hele overwinning dat een bepaald voedingsmiddel op het bord mag liggen.
  • Neem je kind nooit beet! Het kan verleidelijk lijken om een brokje bloemkool te verstoppen in een hoopje eten, maar de kans is groot dat je kind het toch gaat ontdekken en zijn vertrouwen geschaad wordt.
  • Leg minstens één iets op het bord dat je kind wel lust. Zo blijft eten een leuk moment.
  • Betrek je kind bij het boodschappen doen en eten maken. Een peuter kan nog geen aardappel schillen, maar kan ze bvb wel mee helpen wassen.
  • Eten is geen beloning. Beloof dus zeker geen lekker dessertje als je kind flink gegeten heeft. Dat zal de druk en spanning rond eten alleen maar doen toenemen omdat je kind het gevoel krijgt te moeten “presteren”.

IMG_1241Laat je kind zelf honger en verzadiging aanvoelen.

  • Eet op regelmatige tijdstippen, met een aantal uur tussen de verschillende maaltijden. Op die manier kan je kind beter aanvoelen wanneer het honger heeft.
  • Let op met zoete dranken (zoals fruitsap) of grote hoeveelheden melk tussen de maaltijden door. Deze vullen het maagje, waardoor je kind geen honger meer zal hebben wanneer het tijd is om te eten.
  • Leg kleine porties op het bord: Je kind is op die manier niet overweldigd door een berg eten. Je kind mag altijd nog bijvragen, maar jij bepaalt de maximale hoeveelheden van een bepaald voedingsmiddel. Er kan bijvoorbeeld niet onbeperkt enkel vlees worden bij gevraagd.
  • Het bordje moet niet leeg! We hebben allemaal als kind geleerd dat een bord leeg moet, maar dat is niet zo! Leer je kind vertrouwen op zijn eigen verzadigingsgevoel.
  • Geen afleiding tijdens het eten (TV, speelgoed, boekjes,…). Op die manier heeft je kind meer aandacht voor zijn eigen gevoel van honger en verzadiging.

Uitbreiden van assortiment

Wanneer je voorgaande tips toepast, is de kans groot dat je kind vanzelf nieuwsgierig wordt naar allerlei voedingsmiddelen. Maar verwacht geen grote stappen in één keer!
Maak je je toch nog zorgen? Dan is het zinvol om hulp te zoeken. Een kinderdiëtist kan je helpen kijken naar de volwaardigheid van de voeding, aangepaste tips geven en je als ouder ondersteunen. Maar je kan ook contact opnemen met een arts, logopedist (bij vermoeden van mondmotorische problemen), of een opvoedingsondersteuner.

Help, mijn peuter lust plots niets meer! (deel 1)

Veel ouders maken het mee: Je peuter die eerst zó goed at, lijkt plots niets meer te willen eten. Het kan leiden tot heel wat stress en frustratie. Maar wat is normaal en wat is problematisch? En hoe ga je er mee om?

Normale selectiviteit
Het is heel normaal dat peuters vanaf ongeveer 1,5 jaar selectiever gaan worden in wat ze willen eten. Het is de fase waarin ze hun eigen willetje en voorkeuren gaan ontwikkelen. Ze willen zelf de wereld gaan ontdekken, maar tegelijkertijd zijn ze nog heel klein. De natuur heefteigenlijk heel slim gezien dat zo’n klein peutertje maar beter wat selectief is in wat het in zijn mond steekt. Weg van mama, kunnen er allerlei giftige planten op de loer liggen, die je maar beter links laat liggen. Net daarom willen ze enkel dingen eten die vertrouwd zijn. Het is een soort van ingebouwd veiligheidssysteem.

In onze tijden moeten we misschien wat minder bang zijn voor giftige planten, en kan deze afkeer voor onbekende dingen tot veel frustratie leiden. “Onbekend” is voor een peuter veel ruimer dan voor ons, volwassenen. Vaak leerde je kind het geweigerde voedingsmiddel al kennen als baby, maar toch wil hij het plots niet meer eten. Dat heeft te maken met de mentale ontwikkeling van je peuter: Hij heeft namelijk een heel strak beeld van hoe een bepaald voedingsmiddel er uit ziet, smaakt of ruikt. Voor een peuter kan het bijvoorbeeld voldoende zijn dat een banaan een tint geler is, of een beetje meer bruine plekken heeft, om het te zien als een volledig nieuw voedingsmiddel.Je peuter moet een “nieuw” voedingsmiddel wel 10 tot 15 keer proeven, voor hij het gaat lusten. Pas dan gaat hun brein geloven dat het veilig is, en dat ze er niet ziek van zullen worden. Wordt je peuter toevallig toch ziek na het eten van een bepaald voedingsmiddel (een buikgriepje bijvoorbeeld), kan je dat product maar beter een tijdje niet meer aanbieden om die link te doorbreken. Groenten spannen meestal de kroon als het over weigeren van voedsel gaat. Dat heeft te maken met de smaak die vaak wat bitter of zurig is, en geassocieerd wordt met giftig of bedorven eten.

Deze afkeer voor nieuwe voedingsmiddelen is dus een heel normaal fenomeen, dat zijn hoogtepunt kent tussen 1,5 tot 2 jaar, maar hoog blijft tot de leeftijd van ongeveer 6 jaar. Nadien neemt het stilletjes aan af, tot het verdwijnt rond 12 jaar.

Problematische selectiviteit
Het is als ouder niet altijd gemakkelijk in te schatten of de kieskeurigheid van je peuter normaal is of niet. Er gaat al een belletje rinkelen als je kind gedurende minstens één maand heel consequent bepaalde voedingsmiddelen weigert. Een paar dagen per week eens groenten weigeren, valt hier dus niet onder en is perfect normaal. We spreken pas van een problematische selectiviteit, wanneer deze langdurige, consequente weigering optreedt in combinatie met minstens één van de volgende zaken:

a. Medische gevolgen: tekorten in het bloed of gevolgen voor de groei. Als je je zorgen maakt over tekorten, kan je contact opnemen met je arts voor een controle. De groei (gewicht en lengte) wordt opgevolgd met groeicurves. De positie op deze grafiek (hoge of lage curves) speelt niet zozeer een rol, maar wel of het lijntje parallel aan de standaardcurve loopt. Er kunnen verklaarbare afwijkingen in de curve zijn, bvb door ziekte. We zien ook vaak dat kinderen na één jaar hun “genetische curve” gaan opzoeken. Een kind van magere ouders, kan geboren worden als een stevige baby, maar als peuter gaan dalen in de curve omdat het zijn/haar genetische aanleg is om ook mager te zijn. Dat wordt vooral duidelijk na het eerste levensjaar. Als je je zorgen maakt over de groei van je kind, neemt je best contact op met een arts.

b. Anticiperend kokhalzen: Dit wil zeggen dat je kind al gaat
kokhalzen of braken bij het zien van eten, zonder dat het in de mond wordt gestoken.

c. Probleemgedrag van de ouders: Stalken met eten (bvb tijdens het spelen continu met eten achterna lopen), dwingen om te eten of afleidend voeden (bvb voor de TV).

Het is belangrijk om te vermelden dat bij een problematisch selectieve eter (volgens bovenstaande criteria) de kans klein is dat de problemen vanzelf voorbij gaan. Uit onderzoek blijkt dat kinderen makkelijker nieuwe voedingsmiddelen gaan willen proeven tussen hun 2 en 4 jaar, dan tussen 4 en 8 jaar. Het is dus een kwestie van op tijd in te grijpen!
Tot zover de theorie…Maar hoe pak je dat nu praktisch aan? Dat kan je lezen in het volgende deel!

foto ‘boontjes’ ©Catherine Blancquaert

Deze tekst werd origineel gepubliceerd op http://www.mamaditi.be

Eczeem en voedselallergieën bij baby’s: Wat is het verband?

Ik zie in mijn praktijk vaak borstgevoede baby’s met eczeem en een voedselallergie. Het is voor de mama’s vaak een ware zoektocht om uit te zoeken waar hun baby op reageert, en zo komen ze ook vaak bij mij terecht. Maar er heerst een groot misverstand onder veel mensen, namelijk dat elke opflakkering van eczeem ontstaat door “iets dat ze verkeerd gegeten hebben”. Dat is zeker niet het geval. Het heeft dus ook geen zin om steeds meer voedingsmiddelen te gaan elimineren tot “de boosdoener” gevonden is. Ik vind het zo jammer als moeders zich schuldig gaan voelen bij een opflakkering van eczeem “omdat ze waarschijnlijk een foutje in hun dieet hebben gemaakt”. Want dat is vaak niet het geval.

Er is eigenlijk nog heel weinig geweten over de exacte oorzaken van eczeem. Wat we wel weten is dat een huid die gevoelig is voor eczeem, geen normale barrière tegen de buitenwereld biedt. De cellen lijken van elkaar weg te schrompelen, en het “cement” er tussen is niet zoals het zou moeten zijn. Door die slechte barrière ontsnapt er gemakkelijk vocht uit het lichaam (vandaar de droge, schrale plekken op de huid). Bovendien kunnen allergenen van buitenaf tussen de cellen heen glippen, naar binnen in het lichaam. Doordat de allergenen relatief gemakkelijk door de huid heen in het lichaam geraken, kan het immuunsysteem gevoelig worden voor bepaalde allergenen. Als dat eenmaal gebeurd is, kan een volgende blootstelling aan het allergen een opflakkering van eczeem teweeg brengen. Die allergenen kunnen uit voeding komen, maar ook huisstofmijt, pollen, kledingvezels, wasmiddel enzovoort. Dus een voedselallergie veroorzaakt niet het ontstaan van de allereerste eczeemaanval. (Het kan later wel een opflakkering van eczeem veroorzaken.) Maar omgekeerd werkt de aangetaste huid wel de ontwikkeling van allergieën in de hand!

Net daarom is het zo belangrijk om de huid van je kindje goed gehydrateerd te houden, om de huidbarrière zo sterk mogelijk te maken. Daardoor verlaag je het risico op het ontwikkelen van nieuwe allergieën. Je gebruikt daarvoor best een speciale hypoallergene crème. Voor advies kan je terecht bij je apotheker. Veel ouders staan huiverachtig tegenover het gebruik van steroïde crèmes bij hun baby. Ze werken ook maar zo lang dat je ze smeert. Ze nemen de oorzaak van het eczeem niet weg, maar zijn enkel symptoombestrijding. Uit onderzoek blijkt echter dat ze zelfs op redelijk lange termijn veilig zijn om te gebruiken. Boven zijn de risico’s van het gebruik van steroïde crèmes lager dan de risico’s om nieuwe allergieën gaat ontwikkelen door het huid met een slechte barrièrefunctie door eczeem.

Conclusie?

  1. Voeding kán een opflakkering van eczeem veroorzaken, maar er zijn ook veel andere mogelijke aanleidingen. Als je een duidelijk verband ziet met voeding, laat dat voedingsmiddel dan weg. Maar in heel wat gevallen is er geen verband tussen voeding en eczeem. In die gevallen is het zinloos om eindeloos voeding te blijven elimineren in de hoop om het eczeem te verbeteren. Je kan er ook niet iedere opflakkering mee verklaren.
  2. Volg het smeeradvies van je arts goed op, om de huidbarrière van je kindje zo goed mogelijk te houden. Krijg je het eczeem onder controle met een vochtinbrengende crème? Prima! Maar lukt dat niet, gebruik dan een steroïde crème als je arts die voorschrijft. Zo voorkom je dat je kindje nog meer allergieën zou kunnen ontwikkelen.